ADHD en Autisme

ADHD

Bestuurders met ADHD zijn onoplettend, snel afleidbaar, en hun snelheid van reageren is variabel. Ook zijn ze snel verveeld, vergeetachtig en ze maken meer fouten. Verder omschrijft Kan ze als hyperactief, gejaagd, beweeglijk en impulsief. “Dat laatste wil zeggen dat de leerling eerst doet, daarna pas denkt. In de auto is dat niet zo handig. Bij een beslissing of je wel of niet wilt inhalen moet je eerst even nadenken.”

Ook omschrijft Kan de leerlingen als chaotisch, innerlijk onrustig en ze maken hun activiteiten niet af. “Ze denken van te voren vaak niet na wat voor plan ze maken. Ook hebben ze moeite om hun plan, als ze dat al gemaakt hebben, goed tot aan het einde uit te voeren.”

Autisme

Personen met autisme hebben moeite met multitasking, concentreren, non-verbale communicatie herkennen en onverwachte veranderingen, somt Kan op. “Autisme is eigenlijk een stoornis in datgene waar je je aandacht automatisch op richt. Ze zijn vaak meer gericht op dingen, dan op mensen. Soms zijn ze bijvoorbeeld bijzonder gefascineerd door auto’s. Dat lijkt oké, maar voor de mensen die om de auto’s heen lopen, hebben ze soms minder aandacht.”

Daarnaast blijkt uit onderzoek via eye tracking dat sommige bestuurders de neiging hebben om in situaties met een teveel aan prikkels, letterlijk de andere kant op te kijken. “Mensen met autisme zijn gevoelig voor prikkels. Als ze tijdens het rijden een telefoongesprek moesten voeren, dan deden ze iets waardoor ze niet nog meer prikkels kregen. Ontwijkend kijken bijvoorbeeld.” Dit kenmerk is ook terug te zien wanneer iemand een intensief gesprek voert met iemand met autisme. “Ze hebben moeite om je aan te blijven kijken vanwege de vele prikkels. Ze kijken liever een andere kant op.” In situaties waar te veel prikkels binnenkomen, kunnen ze zelfs blokkeren, vertelt Kan.

Vaker oefenen

Bij bestuurders met autisme is het niet een kwestie van iets wel of niet kunnen, maar het is de vraag of de leerling iets automatisch goed doet of niet. Dat automatisme ontbreekt vaak, legt Kan uit. “Je moet iets echt aanleren. Door iets vaak te oefenen, kun je het automatiseren. Zorg voor veel herhaling, maar wel in een andere omgeving.”  Hoe meer je oefent in verschillende situaties, hoe beter hij de vaardigheid onder de knie zal krijgen, is de boodschap. “Wanneer je een bepaalde vaardigheid oefent in situatie A, ga je ervan uit dat hij die vaardigheid net zo goed uitvoert in situatie B. Maar dat is niet vanzelfsprekend. Je moet die vaardigheid dus ook oefenen in situatie B.”

“Mensen met autisme hebben moeite met het verdelen van de aandacht en schakelen niet zo makkelijk over naar iets anders. Ook hebben ze moeite met het houden van overzicht in ingewikkelde situaties waar veel prikkels binnenkomen, zoals drukke verkeerssituaties. Vaak hebben ze ook wat extra tijd nodig om te reageren, met name op situaties die ze nog niet kennen. Als ze eenmaal goed geoefend zijn, dan gaat dit beter.”